In Zuid-Amerika worden politici vermoord. De daders blijken telkens personen zonder strafblad. Men vermoedt dat iemand ze een onbekende drug had toegediend, waardoor ze werden omgetoverd tot willoze robots die iedere willekeurige opdracht blindelings uitvoeren. De CIA is geïnteresseerd in de zaak, en zendt haar beste man ter plaatse, Hubert Bonnisseur de la Bath. Het spoor voert naar Bahia, en naar een revolutionair die vanuit het Zuid-Amerikaanse continent de wereld wil veroveren dankzij een uitvinding van een Indiaanse medicijnman, die een drug heeft ontdekt, waarmee de menselijke psyche naar believen kan worden ‘gestuurd’.
Dit was de derde film van regisseur André Hunebelle rond OSS 117, de Franse James Bond, en de eerste met Fréderick Stafford, de voormalige professionele ijshockeyspeler en zwemmer. Het onderwerp (mensen die tot willoze robots worden gedegradeerd die op commando doden) komt nu misschien wat sprookjesachtig over, maar werd in de jaren vijftig en zestig volledig serieus genomen. Het was het onderwerp van diverse spionagethrillers uit die dagen, en naar werd gefluisterd, werkten zowel de Amerikanen als de Russen aan hoogst, hóógst-geheime projecten rond dit thema...
Hunebelle beschikte blijkbaar over een redelijk budget, maar de opzet van de film blijft kleinschalig, zeker in vergelijking met James Bond. De vechtscènes zijn voortreffelijk, maar het slot, de enige groots opgezette scène, oogt wat krakkemikkig (ik ontdekte zelfs rotsen van karton, overtrokken met zilverpapier!). Het ontwerp van het hoofdkwartier van de schurk, een locatie midden in de jungle, doet wat denken aan de sets van Ken Adam voor You only live Twice, maar valt daarbij natuurlijk in het niet. De dames zijn verrukkelijk, met name Demongeot, die nooit furore zou maken in het buitenland, maar in Frankrijk werd beschouwd als een tweede Brigitte Bardot.